ECLI:NL:RVS:2008:BG8298
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vergunning oprichting standbeeld Anton de Komplein
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Zuidoost verleende op 21 maart 2006 een vergunning voor het oprichten van een standbeeld op het Anton de Komplein. Appellanten, beiden van Surinaamse afkomst en betrokken bij de werkgroep en jury voor het beeld, maakten bezwaar tegen deze vergunning. Dit bezwaar werd door het dagelijks bestuur niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten stelden dat zij als Nederlanders van Surinaamse afkomst en door hun betrokkenheid bij het project een objectief en persoonlijk belang hadden bij het besluit, waardoor de reguliere criteria voor belanghebbendheid niet van toepassing zouden zijn. De Raad van State oordeelde echter dat zij, woonachtig op meer dan 300 meter afstand zonder zicht op het perceel, niet rechtstreeks in hun persoonlijke belangen werden geraakt. Hun gevoel van betrokkenheid en culturele achtergrond waren onvoldoende om belanghebbendheid aan te nemen.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.