Uitspraak
200801347/1), heeft de wetgever er uitdrukkelijk niet voor gekozen om in de Wet op het basisonderwijs (thans: de WPO) voor te schrijven welke normen de gemeenten dienen te hanteren bij de huisvesting van scholen. Wel dienen deze normen volgens voornoemde uitspraak zodanig te zijn dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen en behoeften die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Uit het door de vereniging aangehaalde Vitri-rapport blijkt weliswaar dat de locatie Boshof bouwkundige aanpassingen behoeft, maar volgt niet dat de aard van die voorziening niet voldoet aan de redelijke eisen en behoeften die het onderwijs aan de huisvesting stelt. Voor dat oordeel geeft het Vitri-rapport ten aanzien van de locatie Koolzaadhof evenmin aanleiding. De verwijzing van de vereniging naar dit rapport treft dan ook geen doel. De rechtbank is derhalve met juistheid tot het oordeel gekomen dat het college de aanvraag van de vereniging in zoverre terecht op grond van artikel 100, eerste lid, aanhef en onder b, van de WPO heeft afgewezen. Het betoog faalt.
200507941/1en van 23 mei 2007 in zaak nr.
200607779/1in dit verband geen bespreking meer.