ECLI:NL:RVS:2008:BG7512
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsontnemende maatregel wegens onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris
De vreemdeling werd op 22 september 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Ondanks dat hij op 26 september 2008 werd overgeplaatst naar een detentieboot, werd het dossier pas op 2 oktober 2008 aan de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) overgedragen. Hierdoor werd het vertrekgesprek pas op 6 oktober 2008 gevoerd, wat leidde tot ernstige vertraging in de voorbereiding van de uitzetting.
De staatssecretaris gaf geen verklaring voor deze vertraging, en er waren geen bijzondere omstandigheden of medewerkingstekorten van de vreemdeling die dit konden rechtvaardigen. De Raad van State oordeelde dat sprake was van verwijtbaar stilzitten van de staatssecretaris, waardoor de duur van de vrijheidsontneming niet zo beperkt mogelijk werd gehouden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en hief de vrijheidsontnemende maatregel op. Tevens werd de staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €6.420 en tot vergoeding van proceskosten van €966 aan de vreemdeling.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris en de vreemdeling ontvangt een schadevergoeding.