ECLI:NL:RVS:2008:BG6179
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet-nieuwe feiten
De vreemdelingen hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel die door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, maar de staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat de brief van 4 oktober 2007, waarin wordt gesteld dat de vreemdeling sub 1 wordt gezocht door de Russische Federale Veiligheidsdienst, geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is omdat deze omstandigheid reeds in 2004 bekend was en niet eerder was aangevoerd. Ook de getuigenverklaringen die deze omstandigheid ondersteunen kunnen niet als nieuw worden aangemerkt.
Verder wordt geoordeeld dat de brief van 1 oktober 2007 van het Russische ministerie en de ongedateerde brief van een advocaat geen nieuwe feiten bevatten die de eerdere besluiten kunnen beïnvloeden. Omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd, is er geen grond voor hernieuwde rechterlijke toetsing.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.