ECLI:NL:RVS:2008:BG5708
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting Chinese vreemdeling en afgifte laissez passer
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een Chinese vreemdeling heeft opgeheven wegens gebrek aan zicht op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de afgifte van twee laissez passer in september en oktober 2008, dit onvoldoende was om aan te nemen dat de Chinese autoriteiten hun opstelling hadden gewijzigd en dat er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. De staatssecretaris stelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderzocht of de vreemdeling voldoende had meegewerkt aan het verkrijgen van reisdocumenten.
De Raad van State overwoog dat de langdurige periode zonder afgifte van laissez passer en het ontbreken van concrete afspraken tussen Nederlandse en Chinese autoriteiten geen grond geeft om te veronderstellen dat zicht op uitzetting bestaat. Ook is vastgesteld dat de vreemdeling niet kan worden verweten onvoldoende mee te werken. De grief van de staatssecretaris faalt en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.