ECLI:NL:RVS:2008:BG5662
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris inzake toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 wegens onvoldoende zorgvuldigheid
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin het bezwaar van een vreemdeling tegen de weigering van toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd gegrond verklaard. Het BMA werd gevraagd te adviseren over de gezondheidstoestand van de vreemdeling en diens reismogelijkheden. Het BMA concludeerde dat de vreemdeling fysiek in staat was te reizen mits medische voorzieningen werden getroffen.
De rechtbank oordeelde dat er concrete aanknopingspunten waren voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies, mede vanwege een brief van de behandelend psychiater die stelde dat de reisvoorwaarden onrealistisch waren en dat de medische behandeling in het land van herkomst onvoldoende zou zijn. De Raad van State stelt echter dat het BMA-advies terecht is opgesteld binnen de gestelde vraagstelling en dat het oordeel van de rechtbank hierover onjuist was.
Desondanks oordeelt de Raad van State dat het besluit van de staatssecretaris niet zorgvuldig is voorbereid omdat de brief van de psychiater niet aan het BMA is voorgelegd voor nadere reactie. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en onvolledig medisch advies, met opdracht tot een nieuw besluit.