ECLI:NL:RVS:2008:BG3394
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- S.F.M. Wortmann
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Intrekking erkenning bedrijfsvoorraad door RDW bevestigd na bezwaar en beroep
De RDW heeft op 7 september 2007 de erkenning bedrijfsvoorraad van de wederpartij ingetrokken vanwege geconstateerde overtredingen tijdens een periode van tijdelijke intrekking. De voorzieningenrechter had het besluit vernietigd en het beroep van de wederpartij gegrond verklaard, stellende dat tijdens de intrekking geen verplichtingen golden en dat het sanctiebeleid onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad van State oordeelt dat de wederpartij ook tijdens de tijdelijke intrekking aan de voorschriften verbonden aan de erkenning gehouden was, omdat de voertuigen in de bedrijfsvoorraad geregistreerd bleven. De toezichtbeleidsbrief van de RDW bevat een kenbare belangenafweging en is een deugdelijke basis voor het opleggen van sancties.
De stellingen van de wederpartij over tijdelijke administratieve problemen en bijzondere werkzaamheden leiden niet tot een andere beoordeling. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de wederpartij tegen het besluit van 2 november 2007 ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad door de RDW wordt bevestigd en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard.