ECLI:NL:RVS:2008:BG0598
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Begrip land van herkomst bij aanvraag verblijfsvergunning regulier voor vreemdeling geboren in Nederland
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling die in Nederland is geboren, maar van wie de ouders de Afghaanse nationaliteit hebben. De minister had de aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), en de staatssecretaris had het bezwaar ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond verklaard.
De vreemdeling voerde aan dat Nederland als land van herkomst moet worden aangemerkt omdat zij daar geboren is en nooit in Afghanistan is geweest, waardoor zij niet verplicht zou moeten zijn om een mvv in Afghanistan aan te vragen. De Raad van State overwoog dat het begrip 'land van herkomst' niet in de Vreemdelingenwet 2000 is gedefinieerd, maar dat de Vreemdelingencirculaire 2000 bepaalt dat dit het land is waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft. Aangezien de ouders van de vreemdeling de Afghaanse nationaliteit bezitten en de vreemdeling deze niet heeft betwist, moet Afghanistan als land van herkomst worden aangemerkt.
Verder werd overwogen dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat geen medische noodsituatie bij terugkeer naar Afghanistan op korte termijn te verwachten is, terecht door de staatssecretaris is gevolgd. De medische rapportages en verklaringen van de behandelaar van de vreemdeling boden geen concrete aanknopingspunten om aan de juistheid van het BMA-advies te twijfelen. Ook de gezondheidssituatie van de moeder bood geen grond om af te zien van het mvv-vereiste.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter, waarbij de gronden werden verbeterd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier bevestigd.