ECLI:NL:RVS:2008:BF5295
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid niet in behandeling nemen verblijfsvergunning wegens niet betaling leges
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd niet in behandeling genomen door de minister vanwege het niet betalen van de verschuldigde leges. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen deze beslissing ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de aanmaning tot betaling van de leges daadwerkelijk was verzonden. De staatssecretaris overlegde een telefoonselectie uit de administratie van KPMG waaruit bleek dat de aanmaning op de juiste datum en aan het correcte adres was verzonden.
De Raad van State oordeelde dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat het stuk is verzonden bij niet aangetekende verzending. Dit was hier voldoende gebeurd. De vreemdeling had de ontvangst niet op geloofwaardige wijze ontkend. Daarom was het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.