ECLI:NL:RVS:2008:BF0995
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning varkenshouderij Groningen
Het college van gedeputeerde staten van Groningen verleende op 13 mei 2008 een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een varkenshouderij met 6.690 vleesvarkens aan een locatie in Groningen. Milieudefensie stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de vergunning te schorsen.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 28 augustus 2008. Milieudefensie voerde aan dat onterecht geen milieu-effectrapport was opgesteld, dat de Wet ammoniak niet correct was toegepast, dat de IPPC-richtlijn was geschonden, en dat negatieve effecten op beschermde soorten niet waren meegewogen.
De voorzitter oordeelde dat de wijzigingen in de aanvraag niet zodanig waren dat sprake was van een nieuwe aanvraag, waardoor het oude recht van toepassing bleef en geen milieu-effectrapport verplicht was. Ook werd geoordeeld dat de Interimwet ammoniak van toepassing was en dat de vergunningverlening daaraan voldeed. De IPPC-richtlijn vormde geen belemmering en de mogelijke effecten op soortenbescherming waren adequaat beoordeeld.
Verder werd overwogen dat de locatiekeuze niet ter beoordeling stond in deze procedure. Gezien deze overwegingen was er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de vergunning voor de varkenshouderij wordt afgewezen.