Uitspraak
200303721/1), heeft de wetgever met artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet een concentratie van rechtsbescherming beoogd ter voorkoming van onnodige procedures. Indien vrijstelling is vereist om een bouwvergunning te kunnen verlenen, kan tegen de verlening van die vrijstelling eerst worden opgekomen in het kader van een beslissing op een voor het desbetreffende project ingediende bouwaanvraag.
200708974/1) kan niet met zekerheid gesteld worden dat het bedrijf van [appellant] geen uitbreidingsmogelijkheden meer heeft en evenmin dat niet de mogelijkheid bestaat om binnen het bouwvlak nieuwe bebouwing voor hinderveroorzakende activiteiten op te richten. Dit betekent dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college onvoldoende gemotiveerd heeft waarom zich in dit geval de uitzonderingssituatie als bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 5 november 2003 in zaak nr.
200206439/1voordoet waarin voor het hanteren van de stankcirkel mocht worden uitgaan van de gevel van de bestaande bebouwing op het perceel van [appellant].
200708974/1, 200708976/1,
200708978/1en
200708979/1voor de toekenning van een vergoeding van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep worden aangemerkt als één zaak, nu er sprake is van één hoger beroepschrift en de zaken ter zitting gelijktijdig zijn behandeld. Voor de toekenning van een vergoeding van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep is dit anders, nu de beroepschriften in die zaken niet nagenoeg gelijktijdig zijn ingediend.