ECLI:NL:RVS:2008:BE9829
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens overschrijding grenzen geschil in familie- en vreemdelingenrecht
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep van een vreemdeling tegen de weigering van een verblijfsvergunning gegrond had verklaard. De rechtbank had geoordeeld dat niet vaststond dat sprake was van familie- of gezinsleven tussen de vreemdeling en haar dochters, terwijl dit tussen partijen niet in geschil was.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank hiermee buiten de grenzen van het geschil is getreden zoals gesteld in artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De Raad overweegt verder dat het bestreden besluit geen inmenging oplevert in het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De vraag is of bijzondere omstandigheden een positieve verplichting tot verblijfsaanvaarding opleveren. De vreemdeling heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de emotionele afhankelijkheid van haar dochters zodanig bijzonder is dat de staatssecretaris zich niet op het standpunt mocht stellen dat er geen bijzondere afhankelijkheid is.
De Raad concludeert dat de vreemdeling in haar land van herkomst voldoende zorg kan ontvangen van andere familieleden of professionele zorgverleners. Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens overschrijding van de grenzen van het geschil.