Uitspraak
200503122/1, is het eerdere goedkeuringsbesluit van 8 februari 2005 vernietigd, voor zover daarbij goedkeuring was verleend aan de plandelen met de bestemming "Verkeersdoeleinden (V)" en de plandelen met de bestemming "Waterstaatswerken (WW)".
200503122/1, heeft de Afdeling ten aanzien van het eerdere goedkeuringsbesluit overwogen dat het college het plan heeft goedgekeurd in strijd met artikel 13, aanhef en onder d, van het destijds geldende Besluit luchtkwaliteit, nu uit het destijds uitgevoerde luchtkwaliteitonderzoek volgde dat, na realisering van het plan in 2010, de grenswaarde voor zwevende deeltjes (PM10) van 50 microgram per m³ als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie meer dan 35 maal per kalenderjaar zou worden overschreden.
200503122/1, nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan die leiden tot meer vrachtverkeer op de N57 dan waarvan in het luchtkwaliteitrapport is uitgegaan.
200503122/1, heeft de Afdeling overwogen dat uit onderzoeken, waaronder het rapport "Achtergronden verkeersintensiteit N57" van Goudappel Coffeng van 5 juli 2004, kan worden afgeleid dat de gevolgen van de vernieuwde N57 voor het (doorgaande) vrachtverkeer op de nieuwe route, binnen een zekere bandbreedte, beperkt zullen blijven. De Afdeling zag geen aanleiding voor het oordeel dat de onderzoeken zodanige gebreken of leemten in kennis bevatten dat het college zich daarop niet had mogen baseren. Ten slotte heeft de Afdeling geconcludeerd dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat, gegeven het beschikbare onderzoeksmateriaal, een substantiële toename van het aantal vrachtwagens op de vernieuwde N57 niet waarschijnlijk is.
200507534/1. Daarin is overwogen dat bij de beoordeling van de gevolgen voor de luchtkwaliteit mag worden uitgegaan van de bijdrage op een (meet)punt op minstens vier meter vanaf het midden van de dichtstbijzijnde rijstrook. In het licht van het nadien in werking getreden Meet- en rekenvoorschrift, waarin in artikel 8, eerste lid, was bepaald dat concentraties van stikstofdioxide (NO2) worden bepaald op maximaal vijf meter van de wegrand en dat concentraties van zwevende deeltjes (PM10) worden bepaald op maximaal tien meter van de wegrand, komt in het kader van deze procedure aan de voornoemde uitspraak geen betekenis meer toe. Dit betoog faalt derhalve.
200503122/1, heeft de Afdeling overwogen dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de molen zal reageren op het passerende vrachtverkeer, gelet op het advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van 6 juli 2005. Daarin heeft de Rijksdienst geconcludeerd dat de passagetijd van het verkeer ter hoogte van de molen betrekkelijk kort zal zijn, zodat de verstoring kort zal zijn, en dat het onwaarschijnlijk is dat de molen hierop zal reageren, gelet op onder meer de zwaarte van het wiekenkruis.
200503122/1, heeft de Afdeling overwogen dat niet is gebleken dat een geluidswal met een maximale hoogte van 2,5 meter de rust en verstaanbaarheid op de begraafplaats onvoldoende zou kunnen verzekeren en, in verband daarmee, dat het college het belang van [appellante sub 3] bij een goede windvang voor de molen onvoldoende bij zijn beoordeling heeft betrokken.