ECLI:NL:RVS:2008:BE9030
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens geen relevante wijziging van het recht
De staatssecretaris van Justitie heeft op 15 juni 2007 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter had dit besluit vernietigd op grond van een vermeende relevante wijziging van het recht, namelijk de toepassing van artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn 2004/83/EG, die betrekking heeft op situaties van binnenlands gewapend conflict.
De Raad van State oordeelt echter dat de enkele mogelijkheid van een binnenlands gewapend conflict in Burundi onvoldoende is om deze bepaling als relevante wijziging van het recht aan te merken. Het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken, waarop de vreemdeling zich beroept, bestrijkt de periode maart tot november 2006 en vermeldt expliciet dat er geen oorlogshandelingen waren. Dit is niet het relevante peilmoment, dat is de datum van het besluit in juni 2007.
Verder zijn de door de vreemdeling aangevoerde nieuwe feiten en omstandigheden niet nieuw of relevant genoeg om een hernieuwde toetsing van het besluit te rechtvaardigen. De eerdere afwijzing uit 2003 en het besluit van 2007 zijn van gelijke strekking, waardoor toetsing alleen mogelijk is bij relevante nieuwe feiten of rechtwijzigingen, die hier ontbreken.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 15 juni 2007 blijft in stand.