ECLI:NL:RVS:2008:BD9599
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling adequaat opvangbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit Iran
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, waarin het besluit van 21 november 2006 werd vernietigd dat stelde dat vanaf 28 september 2003 adequate opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit Iran beschikbaar is.
De Raad van State overweegt dat het beleid dat niet reeds ten tijde van het besluit een concrete opvangplaats geregeld hoeft te zijn, maar dat dit geregeld moet zijn bij feitelijke terugkeer, niet meer van toepassing is nu de vreemdeling op het moment van het besluit meerderjarig was. De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd was.
Verder is geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen adequate opvang beschikbaar was, ondanks verwijzing naar ambtsberichten over een tekort aan opvangplaatsen. Ook het argument van de vreemdeling dat zij door integratie in Nederland niet kan terugkeren naar Iran, leidt niet tot afwijking van het beleid.
De Raad verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister wordt bevestigd.