Uitspraak
200700456/1) wordt in situaties waarin verwijtbaarheid volledig ontbreekt, van boeteoplegging afgezien. Daartoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was is gedaan om de overtreding te voorkomen.
Raad van State
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan In Person Uitzend B.V. een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). In Person maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank Almelo vernietigde het boetebesluit en stelde de boete op nihil wegens het ontbreken van verwijtbaarheid.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of In Person voldoende zorgvuldig had gehandeld bij de controle van het identiteitsdocument van een vreemdeling die arbeid verrichtte zonder vergunning. De minister voerde aan dat In Person geen gebruik had gemaakt van een UV-lamp en het verschil in handtekeningen had moeten opmerken.
De Raad van State oordeelde dat In Person wel degelijk het identiteitsdocument onder een UV-lamp had gecontroleerd en dat het verschil in handtekeningen niet evident was. Het stappenplan van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft het gebruik van een UV-lamp slechts als tip, niet als verplichting. Gelet op deze omstandigheden was er sprake van het ontbreken van verwijtbaarheid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan In Person en werd griffierecht geheven.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de boetebeschikking en stelt de boete op nihil wegens het ontbreken van verwijtbaarheid.