ECLI:NL:RVS:2008:BD8346
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- C.W. Mouton
- W.J. Deetman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning varkenshouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Veendam verleende op 3 augustus 2007 een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een varkenshouderij aan een locatie te Veendam. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 19 juni 2008 behandeld.
Appellant voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van een milieueffectrapport, onvoldoende toepassing van beste beschikbare technieken, overschrijding van ammoniakemissienormen, en vooral onvoldoende motivering omtrent de stankhinder die door de inrichting zou worden veroorzaakt. De Raad oordeelde dat het college geen milieueffectrapport hoefde op te stellen en dat de vergunning in overeenstemming was met de beste beschikbare technieken en ammoniakwetgeving.
Echter, de Afdeling constateerde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom ondanks het niet voldoen aan de minimale afstandscriteria uit de richtlijn 'Veehouderij en stankhinder' geen onaanvaardbare stankhinder zou optreden. Dit leidde tot vernietiging van het besluit. Andere gronden, zoals cumulatieve stankhinder, luchtkwaliteit, geluid, flora en fauna, bodem en uitvoerbaarheid van de vergunning, werden verworpen.
De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten aan appellant en tot terugbetaling van het griffierecht. De zaak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij vergunningverlening, met name omtrent stankhinder.
Uitkomst: De vergunning voor de varkenshouderij wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent stankhinder.