ECLI:NL:RVS:2008:BD8342
Raad van State
- Hoger beroep
- D. Roemers
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken machtiging vertegenwoordiger
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord heeft Bovast B.V. medegedeeld dat de kosten van bestuursdwang wegens ontmanteling van een illegale hennepkwekerij op haar worden verhaald. Bovast maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de gemachtigde niet binnen de gestelde termijn zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid kon aantonen.
De rechtbank verklaarde het beroep van Bovast ongegrond. Bovast stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid mocht verlangen, omdat de gemachtigde statutair bevoegd was. De Raad van State oordeelde dat het bewijs van bevoegdheid noodzakelijk is om duidelijke procesvoering te waarborgen en te voorkomen dat partijen ongewild betrokken raken.
Bovast voerde ook aan dat de aangetekende brief niet was ontvangen, maar de Raad stelde vast dat de brief correct was verzonden en dat het risico van niet-afhalen voor rekening van Bovast komt. Het betoog over de korte termijn voor het overleggen van bewijs werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit niet eerder was aangevoerd.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Bovast wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.