ECLI:NL:RVS:2008:BD7388
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.F.M. Wortmann
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake vergunning Monumentenwet en terugwijzing zaak
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum wees op 14 maart 2006 een aanvraag van appellanten om een vergunning krachtens artikel 11 van Pro de Monumentenwet 1988 af. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellanten tegen deze weigering niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat geen tijdige zienswijze was ingediend.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat een brief van 6 januari 2006 geen zienswijze was. Deze brief was wel een reactie op het ontwerp-besluit en voldoet aan de geringe eisen van artikel 3:15 Awb Pro. Hierdoor was het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Verder oordeelt de Raad dat de appellanten geen vergunning van rechtswege hebben verkregen, omdat de termijn voor het besluit niet is overschreden volgens de juiste ontvangstdata van het advies van de Rijksdienst voor Monumentenzorg.
Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van het dagelijks bestuur gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.