Uitspraak
200609275/1) heeft de rechtbank terecht overwogen dat een belanghebbende, niet zijnde de aanvrager, die van het verlenen van een vergunning niet schriftelijk op de hoogte is gesteld terwijl van deze vergunningverlening ook geen publicatie in een huis-aan-huisblad heeft plaatsgevonden, in beginsel binnen twee weken nadat hij van het bestaan van het besluit op de hoogte is geraakt zijn bezwaren dient kenbaar te maken.
200102648/1) bestaat geen grond voor het oordeel dat de in artikel 6 van Pro het EVRM neergelegde normen rechtstreeks van toepassing zijn op de bestuurlijke besluitvorming. Nu voor [appellant] e.a. in deze zaak voorts beroep en hoger beroep heeft opengestaan bij een onafhankelijke en onpartijdige rechter, bestaat evenmin grond voor het oordeel dat artikel 13 van Pro het EVRM is geschonden.