ECLI:NL:RVS:2008:BD6144
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring vreemdeling ondanks verblijf op booreiland en glijdende schaal
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de bevestiging van zijn ongewenstverklaring door de staatssecretaris van Justitie. De vreemdeling was onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en had voorafgaand aan het misdrijf ruim dertien maanden rechtmatig verblijf in Nederland. Hij voerde aan dat zijn eerdere verblijf van 1991 tot 1999, waarin hij werkzaam was op een booreiland binnen het Nederlandse continentale plat, bij de belangenafweging betrokken moest worden op grond van het Besluit van 14 mei 2007 en de glijdende schaal uit het Vreemdelingenbesluit 2000.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van 14 juni 2007, waarin de ongewenstverklaring werd gehandhaafd, terecht rekening hield met het verblijf van de vreemdeling in de periode 1991-1999. De rechtbank had dit correct beoordeeld en de omstandigheden dat de vreemdeling geen sterke banden met Nederland had opgebouwd en onvoldoende geïntegreerd was, werden meegewogen. De overige aangevoerde omstandigheden, zoals familie en sociale relaties in Nederland, waren onvoldoende om de ongewenstverklaring te laten vervallen.
Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de ongewenstverklaring van de vreemdeling in stand, ondanks zijn eerdere verblijf op het booreiland en de argumenten over de glijdende schaal.
Uitkomst: De ongewenstverklaring van de vreemdeling wordt bevestigd ondanks zijn eerdere verblijf op een booreiland en de toepassing van de glijdende schaal.