ECLI:NL:RVS:2008:BD6141
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin het beroep van een alleenstaande minderjarige vreemdeling tegen de weigering van een verblijfsvergunning werd toegewezen. De rechtbank had ten onrechte artikel 20 van Pro het IVRK als direct toepasbare norm gebruikt om het besluit te toetsen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat artikel 20 IVRK Pro geen direct toepasbare norm bevat zonder nadere uitwerking in nationale wetgeving. De rechtbank heeft daardoor een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd. Verder is vastgesteld dat de vreemdeling geen aanspraak kan maken op een amv-vergunning omdat er adequate opvang beschikbaar is in het land van herkomst.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.