ECLI:NL:RVS:2008:BD6107
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- M.W.L. Simons-Vinckx
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verklaring Wet milieubeheer kalvergierbewerkingsinstallatie
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland weigerde een verklaring als bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, onder c, van de Wet milieubeheer voor een verandering aan een kalvergierbewerkingsinstallatie. De stichting Mestverwerking Gelderland (SMG) stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte had aangenomen dat de vergunning voor de derde procestank was vervallen, terwijl deze technische capaciteit al binnen drie jaar na onherroepelijkheid was benut.
Daarnaast stelde de Raad vast dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van de voorgescheiden installatie op de ammoniakemissie, met name uitgaande van de vergunde capaciteit van 180.000 ton kalvergier per jaar. Dit was in strijd met de zorgvuldigheidsnorm van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan SMG. Hiermee werd het college verplicht om het besluit opnieuw te nemen met inachtneming van de juiste feiten en een zorgvuldige belangenafweging.
Uitkomst: Het beroep van SMG wordt gegrond verklaard en het besluit van het college van 3 juli 2007 wordt vernietigd.