ECLI:NL:RVS:2008:BD5081
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning tot sloop van opslagruimte ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht verleende op 14 december 2005 een vergunning voor het slopen van een opslagruimte op een perceel in Woensdrecht. Een omwonende, appellante, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en later door de rechtbank Breda ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde zij hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het bezwaar van appellante terecht slechts gericht was tegen het besluit van 14 december 2005 en dat bezwaar tegen de aanvraag van de sloopvergunning niet mogelijk was. De Raad stelde vast dat geen van de in artikel 8.1.6 van de bouwverordening genoemde weigeringgronden aanwezig was, zodat het college terecht de vergunning verleende.
Na een nieuw besluit van 5 november 2007, waarin de vergunning werd uitgebreid tot een tweede perceel, werd het hoger beroep geacht mede tegen dit besluit gericht te zijn. Ook tegen dit besluit werden geen nieuwe gronden aangevoerd die het verlenen van de vergunning konden verhinderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 18 juni 2008 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de sloopvergunning is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.