ECLI:NL:RVS:2008:BD4787
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring en uitzetting binnen redelijke termijn ondanks onjuiste geboortedatum
De vreemdeling, een ongedocumenteerde Chinese nationaliteit, werd op 11 april 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij had persoonsgegevens verstrekt, waaronder naam en geboortedatum, maar een leeftijdsonderzoek wees uit dat de geboortedatum onjuist was, wat twijfel opriep over de betrouwbaarheid van zijn gegevens en medewerking.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring ongegrond en wees zijn verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling gehouden is tot actieve en volledige medewerking aan het verkrijgen van documenten voor uitzetting. Ondanks het feit dat de Chinese autoriteiten in 2007 en begin 2008 geen reisdocumenten aan ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen verstrekten, is er geen reden om te veronderstellen dat uitzetting binnen redelijke termijn niet mogelijk is.
De Afdeling benadrukte dat de staatssecretaris voortvarend moet zijn in de samenwerking met de Chinese autoriteiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; vreemdelingenbewaring bevestigd en verzoek om schadevergoeding afgewezen.