ECLI:NL:RVS:2008:BD3186
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid en rechtmatigheid van voorbereidingshandelingen bij uitzetting vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen de vreemdelingenbewaring en het verzoek om schadevergoeding ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil is of bij de beoordeling van de voortvarendheid van de staatssecretaris bij de uitzetting ook de rechtmatigheid van de voorbereidingshandelingen door de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) moet worden betrokken. De vreemdeling betoogde dat deze handelingen niet bevoegd waren en daarom niet aan de staatssecretaris toegerekend konden worden.
De Raad van State overweegt dat uitzetting als bestuursdwang moet worden onderscheiden van de voorbereidingshandelingen die daaraan voorafgaan. Deze voorbereidingshandelingen zijn niet expliciet in de wet geregeld, maar worden verricht door DT&V op grond van hun taakomschrijving en ambtelijke aanstelling.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat alleen rechtmatige voorbereidingshandelingen bij de beoordeling van voortvarendheid mogen worden betrokken. Hoewel de rechtmatigheid van die handelingen relevant kan zijn, leidt de klacht van de vreemdeling niet tot vernietiging van het vonnis. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.