ECLI:NL:RVS:2008:BD3180
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onterecht ongeloofwaardig geacht asielrelaas
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister werd afgewezen wegens tegenstrijdigheden in zijn asielrelaas. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de minister het relaas ongeloofwaardig achtte.
De Raad van State oordeelt dat de minister ten onrechte zonder nader onderzoek heeft aangenomen dat een essentieel onderdeel van het relaas ongeloofwaardig was, waardoor de geloofwaardigheid van het gehele relaas werd aangetast. De Raad stelt dat tegenstrijdigheden afzonderlijk beoordeeld moeten worden en dat sommige elementen van het relaas door de minister hadden kunnen worden geverifieerd.
Verder is vastgesteld dat de vreemdeling zijn identiteit en reisroute voldoende heeft onderbouwd en dat het ontbreken van documenten niet langer aan hem wordt toegerekend. De Raad vernietigt daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt alsnog toegewezen.