Uitspraak
200507288/1) geldt bovendien dat de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Wbr een zelfstandig afwegingskader hebben. Bij de beoordeling van een aanvraag om vergunning op grond van de Wbr wordt slechts aan de op grond van deze wet te behartigen waterstaatkundige belangen getoetst.