ECLI:NL:RVS:2008:BD2595
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering huursubsidie wegens niet-melding medebewoner
De minister heeft bij besluiten van 27 september 2004 de huursubsidies van appellant voor meerdere subsidietijdvakken herzien en vastgesteld op nihil, omdat appellant niet had gemeld dat een medebewoner op het adres verbleef. Tevens werd een terugvordering van €5975,92 opgelegd. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in een ander besluit had vastgesteld dat er geen gezamenlijke huishouding was en dat zij door het Gerechtshof te 's-Gravenhage was vrijgesproken van strafrechtelijke overtredingen met betrekking tot samenwonen.
De Raad van State oordeelt dat de minister zich een eigen oordeel moest vormen over de woon- en leefsituatie van de medebewoner en dat de verklaringen van buren en sociaal-rechercheurs voldoende grondslag boden om te concluderen dat de medebewoner zijn hoofdverblijf op het adres had. Het arrest van het Gerechtshof en het SVB-voorlichtingsmateriaal over samenwonen waren niet bindend voor de minister en boden geen gerechtvaardigd vertrouwen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de huursubsidie bevestigd.