ECLI:NL:RVS:2008:BD1119
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring
De vreemdeling werd op 27 februari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde bij mondelinge uitspraak van 7 maart 2008 het beroep gegrond en beval onmiddellijke opheffing van de bewaring. Vervolgens wees de rechtbank bij uitspraak van 14 maart 2008 het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte het verzoek om schadevergoeding had afgewezen. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende had getracht de geleden schade te voorkomen, omdat hij de uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 maart 2008 niet eerder had overgelegd. De Raad van State stelde dat van een bijzondere omstandigheid die het niet tijdig overleggen rechtvaardigt geen sprake was, maar dat dit niet betekent dat de vreemdeling onvoldoende schadebeperkend had gehandeld.
De Raad van State vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover het het schadeverzoek betrof en kende de vreemdeling een vergoeding toe over de periode van 4 tot en met 7 maart 2008, de dag van opheffing van de bewaring. Tevens veroordeelde de Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten die door een derde beroepsmatig waren gemaakt in verband met het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €210 en proceskosten van €322 aan de vreemdeling.