Uitspraak
200409527/1), dient bij toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan niet slechts te worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar dient mede te worden beoordeeld of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik wordt opgericht. Dit houdt in dat een bouwwerk in strijd met de bestemming moet worden geoordeeld indien redelijkerwijs valt aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet. Hetgeen [appellanten] ter zake hebben aangevoerd, heeft de rechtbank terecht geen grond gegeven voor het oordeel dat de gebouwen voor andere doeleinden zullen worden gebruikt, dan waarin de bestemming voorziet. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de units zullen worden gehuurd door een stichting die hulp en zorg biedt aan mensen van verschillende leeftijden die speciale zorg behoeven. De ruimtes zullen worden gebruikt voor een vorm van begeleid wonen met de nadruk op zorg en educatie. Voor het oordeel dat deze gedeeltelijk verzorgende en gedeeltelijk educatieve functie van de gebouwen niet past binnen de bestemming Bijzondere doeleinden heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden. [appellanten] hebben voorts niet aannemelijk gemaakt dat de verblijfsunit en de logeerunit niet geschikt zijn voor gebruik ten behoeve van begeleid wonen.