ECLI:NL:RVS:2008:BC9685
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht toegestaan
De zaak betreft een hoger beroep tegen de intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de vergunning is ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens.
De rechtbank had geoordeeld dat intrekking met terugwerkende kracht niet mogelijk was omdat de vergunning op het moment van het besluit al was vervallen. De staatssecretaris stelde dat deze interpretatie onjuist was en dat de intrekking zich juist uitstrekt tot een periode waarin de vergunning nog van kracht was.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en dat van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De intrekking werd getoetst aan de taalanalyse en contra-expertise, waarbij de Raad concludeerde dat de minister terecht aan de taalanalyse vasthield en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel niet was geschonden.
Het hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze de intrekking betrof. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht wordt bevestigd.