Uitspraak
200400692/1), dient de voorzienbaarheid immers te worden vastgesteld op het moment van de aankoop van de desbetreffende onroerende zaak.
Raad van State
De appellant kocht in december 1996 een woning op een perceel in de gemeente Leidschendam-Voorburg en verzocht om vergoeding van planschade vanwege het bestemmingsplan "Sijtwende" uit 2001 en het wijzigingsplan uit 2003, die de bouw van appartementen mogelijk maakten. De gemeenteraad wees het verzoek af, gesteund op een advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ), die stelde dat alleen het bestemmingsplan "Sijtwende" uit 2001 tot waardevermindering leidde en dat de appellant ten tijde van aankoop op de hoogte had kunnen zijn van de voorgenomen ontwikkelingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de voorzienbaarheid van de planschade: of een redelijk handelend koper bij aankoop rekening had kunnen houden met de kans op nadelige planologische veranderingen. Hoewel appellant aanvoerde dat het bestemmingsplan "Sijtwende 1996" niet onherroepelijk was geworden door een vernietiging van het collegebesluit, oordeelde de Raad dat dit niet relevant was voor de voorzienbaarheid ten tijde van aankoop.
De Raad stelde vast dat het bestemmingsplan "Sijtwende 1996" reeds was vastgesteld bij aankoop en concrete, openbaar gemaakte beleidsvoornemens bestonden die de nadelige ontwikkelingen voorspelbaar maakten. De rechtbank had de jurisprudentie correct toegepast en het beroep van appellant terecht ongegrond verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade bevestigd.