Uitspraak
200502869/1. Met name heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de bezwaarschriftprocedure mede dient om juist in geval van onduidelijkheden in het verloop van de procedure een zo verantwoord mogelijke inhoudelijke beslissing te nemen.
Raad van State
De Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van de wederpartij ongeldig wegens het niet meewerken aan een onderzoek naar rijgeschiktheid. De wederpartij verbleef tijdens het onderzoek in het buitenland en meldde dit niet tijdig aan het CBR. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar van de wederpartij gegrond en bepaalde dat het CBR een nieuw besluit moest nemen.
Het CBR ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het CBR terecht het rijbewijs ongeldig heeft verklaard omdat de wederpartij niet de vereiste medewerking heeft verleend. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het CBR het onderzoek alsnog had moeten laten plaatsvinden na het bezwaar.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam en verklaarde het beroep van het CBR ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 16 april 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR wordt gegrond verklaard en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard, waardoor het rijbewijs ongeldig blijft.