ECLI:NL:RVS:2008:BC9102
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legale arbeid tijdens gedoogd verblijf van Turkse werknemer onder Associatiebesluit 1/80
De zaak betreft een Turkse werknemer die na afloop van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op 28 oktober 2004 arbeid bleef verrichten tijdens een gedoogd verblijf. Hij stelde dat deze arbeid als legale arbeid moest worden aangemerkt op grond van artikel 6, eerste lid, van besluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije.
De Raad van State overwoog dat het legale karakter van arbeid niet uitsluitend wordt bepaald door het bezit van een verblijfsvergunning, maar dat de situatie op de arbeidsmarkt stabiel en niet-voorlopig moet zijn. Uit vaste rechtspraak volgt dat tijdens gedoogd verblijf geen stabiele situatie op de arbeidsmarkt bestaat. Daarom kan de arbeid die de vreemdeling na 28 oktober 2004 verrichtte niet als legale arbeid worden aangemerkt.
De Raad verwierp ook het verweer dat artikel 6, tweede lid, van besluit nr. 1/80 van toepassing zou zijn, omdat dit alleen geldt bij legale arbeid conform het eerste lid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het Associatiebesluit 1/80 en bevestigt dat gedoogd verblijf geen recht geeft op legale arbeid als bedoeld in dat besluit wanneer de arbeidsmarktpositie niet stabiel is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de arbeid tijdens gedoogd verblijf wordt niet als legale arbeid erkend.