ECLI:NL:RVS:2008:BC9069
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling ondanks ontbreken machtiging binnentreden woning
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Inspecteurs constateerden dat op 4 maart 2005 in het restaurant van appellant twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten. Deze bevindingen waren gebaseerd op een proces-verbaal van opsporingsambtenaren die zonder machtiging een woning boven het restaurant binnentreden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het ontbreken van een machtiging voor het binnentreden de bewijsmiddelen ontoelaatbaar maakte. De Raad van State oordeelde echter dat het grondrecht op onschendbaarheid van de woning alleen toekomt aan de bewoners van die woning. Aangezien appellant zelf niet in de woning woonde, maar zijn moeder en zoon wel, werd het ontbreken van de machtiging niet aan appellant toegerekend.
De Raad van State bevestigde daarom de boete en verwierp het beroep van appellant. De uitspraak van de rechtbank Haarlem werd bekrachtigd, met een verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens illegale tewerkstelling wordt bevestigd ondanks het ontbreken van een machtiging voor binnentreden.