ECLI:NL:RVS:2008:BC9020
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.E.M. Polak
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning dakopbouw Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 25 mei 2007 een vrijstelling en bouwvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw op een bovenwoning te Den Haag. Tegen dit besluit maakten onder meer verzoekers bezwaar, dat door het college op 24 oktober 2007 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde op 4 december 2007 het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven.
Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld door verschillende partijen. Verzoekers verzochten vervolgens op 26 februari 2008 de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Tijdens de zitting van 20 maart 2008 waren verzoekers, het college, vergunninghouder en wederpartij aanwezig.
De voorzitter oordeelde dat het besluit in principe uitvoerbaar is ondanks het ingestelde rechtsmiddel en dat de bouwwerkzaamheden aan de buitenkant nagenoeg voltooid zijn. Hierdoor weegt het belang van vergunninghouder om de bouw voort te zetten zwaarder dan het belang van verzoekers bij schorsing. Ook speelt de civielrechtelijke kwestie van erfafscheiding geen rol in deze bestuursrechtelijke procedure. Daarom wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de dakopbouw wordt afgewezen.