ECLI:NL:RVS:2008:BC8001
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan mvv-vereiste
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, omdat de vreemdeling niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat schending van artikel 8 EVRM Pro in verband met het mvv-vereiste slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde kan zijn. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de door appellanten aangevoerde feiten en omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg zijn om vrijstelling van het mvv-vereiste te rechtvaardigen.
Verder oordeelt de Raad dat ook geen schending is van de artikelen 17 en 23 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), omdat deze geen aanspraken creëren die verder gaan dan artikel 8 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning wegens het ontbreken van een geldige mvv wordt bevestigd.