ECLI:NL:RVS:2008:BC7591
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.H.B. van der Meer
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding vervoerskosten leerling speciaal onderwijs
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum wees de aanvraag van appellante om vergoeding van de vervoerskosten voor haar zoon voor het schooljaar 2005/2006 af. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van de Wet op de Expertisecentra en de Verordening Leerlingenvervoer 2003 alleen bij een afstand van meer dan zes kilometer tussen woning en dichtstbijzijnde toegankelijke school aanspraak bestaat op vergoeding van vervoerskosten. De rechtbank had vastgesteld dat de afstand minder dan zes kilometer bedroeg en dat de route voldoende begaanbaar en veilig was. Appellante voerde aan dat de afstand niet juist was gemeten, maar dit werd verworpen omdat de gebruikte routeplanners een normale loop- of fietsroute langs de openbare weg aangaven.
Daarnaast stelde appellante dat bijzondere omstandigheden, zoals de slechtziendheid en beenbreuk van haar man en haar medische situatie, toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. De Raad van State oordeelde dat deze omstandigheden niet zodanig bijzonder waren dat het dagelijks bestuur tot afwijking moest overgaan. Ook werden omstandigheden die na het betreffende schooljaar opkwamen niet betrokken bij de beoordeling.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding vervoerskosten bevestigd.