Uitspraak
200604532/1, goedkeuring onthouden aan andere onderdelen van dat bestemmingsplan dan die welke zien op de regeling betreffende de maximaal toegestane oppervlakte van bijgebouwen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede weigerde aan appellante een bouwvergunning voor het plaatsen van een overkapping op een perceel met de bestemming agrarisch gebied te verlenen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat appellante geen belang meer had bij het beroep tegen het eerste besluit op bezwaar, omdat een nieuw besluit was genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste vervolgens de inhoudelijke gronden van de weigering. Het bestemmingsplan en provinciaal beleid stelden een maximale oppervlakte van bijgebouwen vast, die met de overkapping werd overschreden. Er was geen grond om bestaande bijgebouwen toe te rekenen aan de woning om zo de overschrijding te rechtvaardigen.
Appellante voerde aan dat een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding was dat de overkapping mogelijk zou maken, maar dit was onvoldoende om vrijstelling te verlenen. Ook het betoog dat de bestaande gebouwen voormalige agrarische bedrijfsgebouwen waren, werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet eerder was ingebracht. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.