ECLI:NL:RVS:2008:BC6411
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot onderzoek rijvaardigheid ondanks strafrechtelijke vrijspraak
Appellant is door het CBR verplicht gesteld mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid naar aanleiding van een schriftelijke mededeling van de politie over meerdere verkeersovertredingen, waaronder gevaarlijk rijgedrag en snelheidsovertredingen.
Appellant voerde aan dat hij op een datum waarop een overtreding werd vastgesteld niet de bestuurder was en dat hij daarvoor strafrechtelijk was vrijgesproken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat een strafrechtelijke vrijspraak niet automatisch betekent dat het bestuursrechtelijke besluit onrechtmatig is, omdat het hier om een afzonderlijke bestuursrechtelijke maatregel gaat gericht op verkeersveiligheid.
De door appellant overgelegde afsprakenkaart en verklaring van zijn echtgenote worden niet voldoende geacht om de aanname dat hij bestuurder was te weerleggen. De Afdeling bevestigt daarom het besluit van het CBR en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot onderzoek rijvaardigheid bevestigd.