Datum uitspraak: 12 maart 2008
Uitspraak op het hoger beroep van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cross Point Technology B.V., gevestigd te Emmen,
tegen de uitspraak in zaak nr. 06/725 van de rechtbank Groningen van 7 juni 2007 in het geding tussen:
het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.
Bij besluit van 12 december 2005 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (hierna: het dagelijks bestuur) een aanvraag van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cross Point Technology B.V. (hierna: Cross Point) voor een subsidie in het kader van de Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit 2000 (NIOF 2000) afgewezen.
Bij besluit van 3 april 2006 heeft het dagelijks bestuur het door Cross Point daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 juni 2007, verzonden op 20 juni 2007, heeft de rechtbank Groningen (hierna: de rechtbank) het door Cross Point daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft Cross Point bij brief, bij de Raad van State ingekomen per fax op 27 juli 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 augustus 2007.
Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 februari 2008, waar Cross Point, vertegenwoordigd door mr. M.R. Broekema, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. D.G.I. Joosten en drs. C. van Rosendal, beiden werkzaam bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, zijn verschenen.
2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de NIOF 2000 kan subsidie worden verleend aan de ondernemer wiens onderneming volgens het handelsregister is gevestigd of een nevenvestiging heeft in de provincie Fryslân, in de provincie Groningen of in de provincie Drenthe, ten behoeve van ondernemingsactiviteiten die in genoemde provincies door genoemde (neven-) vestiging worden uitgevoerd.
Ingevolge artikel 24, eerste lid, voor zover hier van belang, zijn subsidiabele kosten van ontwikkelingsprojecten kosten van het inschakelen van een onafhankelijk deskundige.
Ingevolge artikel 1, aanhef en onder c, wordt verstaan onder deskundige: degene die op grond van opleiding of ervaring geacht moet worden bijzonder gekwalificeerd te zijn voor het uitvoeren van een opdracht in het kader van een op grond van deze regeling gesubsidieerde activiteit, en onder onafhankelijk deskundige een deskundige welke niet reeds werkzaam is of is geweest bij de ondernemer of het verband in de zin van onder a, derde onderdeel, waartoe de ondernemer behoort. Van deze eis kan slechts dan afgeweken worden indien de ondernemer aantoont dat buiten het verband waartoe de ondernemer behoort geen of onvoldoende specifieke deskundigheid beschikbaar is ten aanzien van het aangevraagde project.
2.2. Cross Point heeft subsidie aangevraagd voor de kosten voor adviesuren van een onafhankelijke deskundige, in de aanvraag omschreven als iQ Technologies AG (hierna: iQ), ten behoeve van de ontwikkeling van een deactivator voor barcodes. Als bijlage bij het aanvraagformulier heeft Cross Point een kopie van de offerte van iQ gevoegd, waaruit blijkt dat de ontwikkelkosten gelijkelijk zullen worden verdeeld tussen Cross Point en iQ, en dat beiden het recht hebben het ontwerp dat voortvloeit uit de ontwikkelactiviteiten, met gebruik van een eigen lay-out, te vercommercialiseren.
2.3. Het dagelijks bestuur heeft bij het besluit van 3 april 2006 de afwijzing van de subsidie-aanvraag gehandhaafd omdat de door Cross Point ingeschakelde deskundige naar zijn oordeel niet als een onafhankelijke deskundige kan worden beschouwd, aangezien iQ de helft van de kosten van het project voor haar rekening zal nemen, omdat zij de ontwikkelingsresultaten tevens wil gaan gebruiken voor haar eigen apparatuur.
2.4. Cross Point betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het dagelijks bestuur geen beoordelingsruimte had en daarom niet een beperktere interpretatie van het begrip "onafhankelijk deskundige" mocht hanteren dan uit de tekst van de NIOF 2000 volgt. Volgens haar heeft de rechtbank ten onrechte in haar beoordeling betrokken dat het niet de bedoeling kan zijn dat met de subsidieverlening het medebelang van de deskundige wordt ondersteund, omdat niet uit de doelstelling van de NIOF 2000 valt te herleiden dat een onafhankelijke deskundige geen medebelang bij het project mag hebben.
2.4.1. Niet in geschil is dat iQ ook op andere wijze dan alleen door middel van het inbrengen van deskundigheid bij de ontwikkelactiviteiten is betrokken. Het ontwerp wordt mede voor rekening van iQ gemaakt. IQ is als mede-financier en als mogelijke exploitant van het ontwerp bij de ontwikkelactiviteiten betrokken.
De subsidie op grond van de NIOF 2000 wordt aangevraagd door en verleend aan een ondernemer voor een bepaald project. Uit het bepaalde in artikel 24, eerste lid, en de definitiebepaling van artikel 1 van de NIOF 2000 volgt dat een voor het uitvoeren van een opdracht in te schakelen deskundige van buiten de onderneming afkomstig moet zijn. Nadat iQ op basis van haar deskundigheid door Cross Point was uitgezocht voor het uitvoeren van een opdracht, heeft iQ contractueel een eigen belang gekregen bij het vercommercialiseren van het ontwerp voor de ontwikkeling waarvan door Cross Point subsidie was aangevraagd. IQ is voor het product zelf financieel mede-verantwoordelijk en is aldus te beschouwen als mede-ondernemer bij de ontwikkeling en exploitatie van het product waarop het ontwikkelingsproject is gericht. Er is dan ook niet meer enkel sprake van het op grond van opleiding of ervaring uitvoeren van een opdracht in het kader van een bepaald ontwikkelingsproject. Reeds hierom heeft het dagelijks bestuur iQ in het onderhavige geval niet als een, door de onderneming ingeschakelde, deskundige in de zin van de NIOF 2000 behoeven aan te merken.
Hetgeen partijen hebben aangevoerd over het verschil tussen de tekst van de NIOF 2000 en de tekst van de toelichting daarbij - die, naar ter zitting van de zijde van het dagelijks bestuur is erkend, als een beleidsregel moet worden gezien - hoeft, gelet op het vorenoverwogene, dat uit het bepaalde in de NIOF 2000 zélf voortvloeit, geen verdere bespreking meer.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. G.J. van Muijen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2008