ECLI:NL:RVS:2008:BC6403
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling planschadevergoedingen na wijziging bestemmingsplan en vrijstelling
In deze zaak staat de beoordeling van planschadevergoedingen centraal na besluiten van de gemeenteraad Smallingerland die een vergoeding toekenden aan één belanghebbende en andere verzoeken afwezen. Appellanten sub 1 hadden bezwaar gemaakt tegen deze besluiten en beroep ingesteld bij de rechtbank Leeuwarden, die de besluiten vernietigde. Zowel de gemeenteraad als appellanten sub 1 stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of de planologische wijziging door vrijstellingen en bestemmingsplannen heeft geleid tot een nadeliger positie voor de belanghebbenden, waardoor planschadevergoeding toekomt. De Afdeling bestuursrechtspraak analyseerde de planvergelijking, de gehanteerde adviezen van deskundigen en de motivering van de gemeenteraad. Daarbij werd vastgesteld dat de gemeenteraad onjuist is uitgegaan van bepaalde planologische uitgangspunten en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij afweek van het advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken.
De Raad van State oordeelt dat de gemeenteraad niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht en in strijd heeft gehandeld met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de gemeenteraad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De gemeenteraad dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de gemeenteraad veroordeeld tot proceskostenvergoeding.