ECLI:NL:RVS:2008:BC5987
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiaire beschermingsstatus bij herhaalde aanvraag in verband met binnenlands gewapend conflict in Nepal
De appellant heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, stellende dat artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn een relevante wijziging van het recht voor hem vormt vanwege een binnenlands gewapend conflict in Nepal.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat de appellant niet had aangetoond dat ten tijde van het besluit van 27 februari 2007 in Nepal een dergelijk conflict bestond. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en overweegt dat een binnenlands gewapend conflict alleen kan worden aangenomen indien een georganiseerde gewapende groep met verantwoordelijk bevel militaire operaties uitvoert die aanhoudend en samenhangend zijn.
Hoewel er in Nepal een jarenlange strijd was tussen de autoriteiten en maoïsten, is dit niet voldoende om aan te nemen dat het conflict nog bestond op het moment van het besluit, mede omdat in november 2006 vredesakkoorden zijn gesloten. De appellant heeft dit niet nader onderbouwd. Daarom valt hij niet onder de reikwijdte van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn en is deze bepaling voor hem geen relevante wijziging van het recht.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.