ECLI:NL:RVS:2008:BC5798
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering bouwvergunning voor berging in Soest
Het college van burgemeester en wethouders van Soest verleende op 2 maart 2007 een bouwvergunning voor het oprichten van een berging op een perceel te Soest. Wederpartijen maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond, vernietigde het besluit van het college en weigerde de bouwvergunning.
Het college stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte betekenis gaf aan een eerdere uitspraak over een andere bouwaanvraag en dat het bouwplan daadwerkelijk voorziet in een bijgebouw in de zin van het bestemmingsplan. De Afdeling stelde vast dat het college geen beoordelingsvrijheid heeft over de kwalificatie van het bouwwerk, maar dat het plan voldoet aan de planvoorschriften.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht geen rekening hoefde te houden met de privaatrechtelijke belangen van wederpartijen, omdat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan en de Woningwet limitatief is in de weigeringsgronden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van wederpartijen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep van wederpartijen wordt ongegrond verklaard; de bouwvergunning blijft van kracht.