ECLI:NL:RVS:2008:BC5266
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- H.P.J.A.M. Hennekens
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning mosselvisserij Waddenzee wegens onvoldoende motivering passende beoordeling
De zaak betreft het beroep tegen het besluit van 7 september 2006 waarbij een vergunning werd verleend voor het opvissen van 120.000 mosselton mosselen in de Waddenzee. Appellanten, waaronder een mosselvisserijbedrijf en de vereniging Vogelbescherming Nederland, voerden onder meer aan dat de voorwaarden omtrent de naleving van de 85%-norm onrechtmatig waren en dat de passende beoordeling onvoldoende was.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning terecht was gebaseerd op artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 en dat de 85%-norm en meldingsplicht als voorwaarden aan de vergunning konden worden verbonden. De uitleg van het beleid was niet onredelijk en de meldingsplicht was geen onaanvaardbare last.
Echter, de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat er kennislacunes bestaan over de effecten van de mosselvisserij op het habitattype 1110, dat niet alleen uit mosselbanken bestaat maar ook uit andere flora en fauna. De passende beoordeling ontbrak aan voldoende onderbouwing dat het habitattype niet wordt aangetast. Het adaptief management kon dit gebrek niet compenseren.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vereniging Vogelbescherming Nederland. Het beroep van de mosselvisserijbedrijven werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de passende beoordeling, met proceskostenveroordeling aan Vogelbescherming Nederland.