ECLI:NL:RVS:2008:BC5206
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en belangenafweging bij Dublinclaim zonder voorafgaand overnameverzoek
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de inbewaringstelling van een vreemdeling onterecht achtte. De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld na een aanhouding wegens verdenking van een misdrijf en diende pas daarna een asielaanvraag in. De rechtbank had geoordeeld dat het beleid uit paragraaf A6/5.3.3.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) niet op de vreemdeling van toepassing was, waardoor een expliciete belangenafweging ontbrak.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel boven dat van de staatssecretaris stelde en dat het beleid juist inhoudt dat bij Dublinclaimanten de belangenafweging in beginsel al gegeven is, ook zonder dat voorafgaand een overnameverzoek is ingediend. De omstandigheden waaronder de vreemdeling in Nederland asiel aanvraagt, namelijk na een strafrechtelijke aanhouding, rechtvaardigen de bewaring.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet af van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de inbewaringstelling gegrond bevonden.