ECLI:NL:RVS:2008:BC4245
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vergoeding van planschade na wijziging bestemmingsplan en vrijstelling
Het college van burgemeester en wethouders van Boekel kende een planschadevergoeding toe aan de verzoeker wegens waardevermindering van een woning door een vrijstelling en bouw van woningen achter de woning. De verzoeker stelde dat de vergoeding en rentevergoeding onjuist waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.
In hoger beroep stelde het college dat de verzoeker geen direct belanghebbende was en dat de rentevergoeding vanaf een latere datum moest ingaan. De Raad van State oordeelde dat de verzoeker wel belanghebbende is omdat de woning deel uitmaakt van de huwelijksgemeenschap, ondanks dat de woning op naam van de echtgenote stond.
Voorts werd geoordeeld dat de rechtbank terecht het besluit op bezwaar vernietigde vanwege onvoldoende motivering omtrent de WOZ-waarde. De WOZ-waarde is immers gebaseerd op de feitelijke situatie en niet op de maximale planologische mogelijkheden, waardoor deze niet doorslaggevend is voor de planschadevergoeding. Het advies van een deskundige taxateur werd als voldoende gemotiveerd beschouwd.
De Raad van State vernietigde het eerdere oordeel dat het college een nieuw besluit op bezwaar moest nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de verzoeker.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad van State.