ECLI:NL:RVS:2008:BC3836
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing asielaanvraag en beoordeling Griekse asielprocedure conform Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag gegrond had verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de aangevallen uitspraak vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Centraal stond de vraag of Griekenland, als verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening, zijn verplichtingen uit het EVRM en het Vluchtelingenverdrag jegens de vreemdeling zou nakomen. De Griekse autoriteiten hadden bevestigd dat het terugnameverzoek werd aanvaard en dat het beroep van de vreemdeling in Griekenland nog in behandeling was. Uit de stukken bleek dat de vreemdeling na terugkeer de mogelijkheid krijgt zich te presenteren voor de 'Appeals Board Committee'.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geconcludeerd dat Griekenland zijn verplichtingen niet zou nakomen, mede gelet op rapporten van UNHCR en Amnesty International die geen concrete aanwijzingen bevatten dat de Griekse asielprocedure zodanige gebreken vertoont dat de vreemdeling risico loopt op schending van zijn rechten.
Verder faalde het betoog dat de Griekse procedure niet voldoet aan Richtlijn 2005/85/EG, omdat de implementatietermijn nog niet was verstreken. De Afdeling bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel en oordeelde dat er geen grond was voor het oordeel dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen jegens de vreemdeling niet zou nakomen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.