ECLI:NL:RVS:2008:BC2489
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens mvv-vereiste en toepassing hardheidsclausule
De vreemdeling, een alleenstaande vrouw met een jong kind uit Afghanistan, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv. De rechtbank had het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen, mede vanwege de veiligheidsrisico's bij terugkeer naar Afghanistan en de bijzondere kwetsbaarheid van alleenstaande vrouwen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan de strikte scheiding tussen de reguliere vreemdelingenprocedure en de asielprocedure en dat het aan de vreemdeling was om te onderbouwen waarom zij niet in Pakistan zou kunnen verblijven, waar de mvv kon worden aangevraagd.
De Raad van State oordeelde dat de hardheidsclausule slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden toegepast en dat de vreemdeling niet had aangetoond waarom zij niet in Pakistan zou kunnen verblijven. De veiligheidsrisico's bij terugkeer naar Afghanistan hoeven niet te worden beoordeeld omdat de mvv in Pakistan kan worden aangevraagd.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.